Background 05

Oscar van Dillen

'Weten waar de deur is naar het proces, dát is het belangrijkste'

interview

De componist Oscar van Dillen werkt aan zijn grote cyclus ‘Dronescape’: een reeks composities voor telkens één instrumentalist en elektronica. Hij neemt in elk stuk graag de tijd, want hij is het met Morton Feldman eens dat niemand zit te wachten op weer een stuk van 12 minuten. Op Donemus Records verscheen onlangs het 52 minuten lange ‘Dronescape 6.2 – Oneirology 3’, waarvoor hij nauw samenwerkte met de fluitist Henri Tournier, die zijn bas- en c-fluit in Frankrijk opnam. Charlie Crooijmans ging met Van Dillen in gesprek.

Dronescape 6.2 – Oneirology 3

Als docent aan Codarts in Rotterdam geeft componist, musicus, schrijver en beeldend kunstenaar Oscar van Dillen veel energie en creativiteit aan zijn studenten, en hij krijgt daar veel voor terug. Maar toen het leven door de corona-pandemie even op slot zat, had hij ineens meer aandacht voor zijn eigen creaties. Dat resulteerde in de autobiografie Music is Sound and Silence, het muziekboek 12 Eludes in all Key Signatures for Piano, en zijn serie Dronescape die hij gestaag uitbreidt met nieuwe composities.

Hoe is het allemaal begonnen?

“Het begon vanuit een vraag van een collega-musicus om een samenwerking aan te gaan. Daarop maakte ik een elektronische dronescape die zowel autonoom als semi-permeabel kon zijn. Toen het af was, bleek de musicus die mij had benaderd geen tijd meer te hebben, en stuurde ik de uitnodiging naar tien andere musici. Zo is het ontstaan, als een interactie in de quarantaine.” 

Dronescape 6.0 – Oneirology 1 is een solo van Oscar van Dillen die als basis dient voor de samenwerkingen. Dronescape 6.1 – Oneirology 2 is ontstaan in samenwerking met fluitist Kudsi Ergüner op de ney. Voor Dronescape 6.2 – Oneirology 3 stuurde fluitist Henri Tournier zijn helft op contrabas- en c-dwarsfluit.  

“Bij Oneirology zocht ik iets wat openheid kon bieden. In de sound heb ik letterlijk een spectrale ruimte opengelaten, dus frequentiegebieden die je bijna niet gebruikt of heel zacht houdt, zodat er ruimte is gecreëerd voor andere instrumenten. De leidraad is het thema van een imaginatieve droom.”

Hoe maak je een spectrale ruimte?

“Door middel van filtering kun je dingen weghalen, of je kunt klanken genereren die binnen de grenzen blijven. Het heeft soms wat weg van kleien en beeldhouwen. Vroeger bootste ik vreemde (niet-muzikale) geluiden precies na, door er structureel naar te luisteren en het laag voor laag na te bouwen. Tegenwoordig behandel ik elektronica ook alsof het een eigen wil heeft en laat ik het ook wel zijn eigen gang gaan. Zo kan ik me laten verrassen en aan de hand van het materiaal beslissen wat ik ga gebruiken. Zoals in een aantal werken uit mijn Elements-serie waar een generatieve synthese in zit. Hierbij loopt de elektronica door terwijl ik ook speel en bedien, anders zou het een klankworst worden; het moet natuurlijk wel bewegen. Bij Oneirology heb ik gebruik gemaakt van de modernste technologie: onder andere chaotische oscillatoren van Newfangled Audio. Door wiskundige principes is de drone niet alleen gehoorzaam aan mij maar kan ze me ook bijten.” 

Hoe heb je de tijdsduur bepaald van Oneirology?

“Ik stel het geduld van de luisteraar graag op de proef. Tegenwoordig gaat de tijd veel te snel. Zoals Morton Feldman eens in een interview zei: “Niemand zit te wachten op het volgende stuk van 12 minuten.” Voor Oneirology 3 heb ik gekozen voor de duur van circa 53 minuten omdat het speelbaar moet blijven voor een liveperformance. Met Henri Tournier ben ik nu bezig om te bepalen hoe we het live gaan uitvoeren. De vorm staat op zich vast, maar ik haal op bepaalde plekken wat weg, of we improviseren met bepaalde elementen, zodat het anders klinkt dan op de plaat.”

Gelijkwaardig

Het viel me op dat de eerste twee musici waar Oscar mee samenwerkt fluitist zijn – die overigens heel verschillend van elkaar zijn, en de volgende in de reeks een klassiek slagwerker is, namelijk Pier Sante Falconi, die een student van Oscar blijkt te zijn.

 “Ik vind het fijn om met mijn studenten, de jonge generatie een verbinding te leggen. Ik ben net als een boom en heb van 0 tot 63 jaarringen tegelijkertijd, zo houd ik mijn oude jonge jaarringen in leven. Zoals Herbie Hancock bij Miles speelde. Ik vind het belangrijk dat de studenten geen ghostwriters zijn maar ook de credits krijgen.”

Je ziet niet alleen je studenten als je gelijken, ook in je werk zoek je naar gelijkwaardigheid. Hoe doe je dat?

“Ik ben een rebel ten opzichte van de oude hiërarchieën. Zoals bijvoorbeeld de hiërarchie van het luisteren. Waarom moet je aan de luisteraar opleggen wat de voor- en de achtergrond is, laat de luisteraar zelf kiezen. In classicistische muziek is heel duidelijk wat de begeleiding is ten opzichte van de melodie, dat zijn de akkoordjes, of de linkerhand van de piano. Terwijl als je je focust op het ritmische, je er meer met een wereldmuziekoor naar kunt luisteren. Zo kun je je voorstellen dat je heel andere arrangementen kunt maken, ook van de werken van Mozart.”

“Voor mij is de stilte ook heel belangrijk, ik ben voor de emancipatie van de stilte. Zonder stilte is er geen klank. Ik ben in artistieke lijn een kleinzoon van John Cage omdat ik les heb gehad van Misha Mengelberg die op zijn beurt kort les heeft gehad van Cage. Op mijn website zie je trouwens een boomstructuur van componisten, musici en studenten die het muzikale estafettestokje alsmaar doorgeven.”

Zijn er vaste afspraken?

“Het werk delen we fifty-fifty ook wat betreft de rechten. Ik sta open voor diverse manieren van werken. De afspraken zijn uniek per musicus. De enige vaste afspraak is dat ik de eindmontage en de masteringmix zelf maak. En er wordt niets gepubliceerd zonder dat we er allebei achter staan. Bij Henri Tournier duurde dat proces heel lang, omdat hij het erg druk had. Ik raadde hem aan om een paar keer naar de dronescape te luisteren, dan even niet om daarna zijn fantasie erop los te kunnen laten. Geen kant-en-klaar resultaat in het hoofd. Weten hoe te beginnen, waar de deur is naar het proces, dat is het belangrijkste. Niet hoe het huis eruit gaat zien. Het proces bouw je gaandeweg.”

Oscar die vier jaar architectuur heeft gestudeerd, refereert aan de boeken The Timeless way of Building (1979) en A Pattern Language: Towns, Buildings, Construction (1977) van Christopher Alexander.

“Deze boeken zijn heel inspirerend voor mij geweest, als methode, niet als systeem. Muziek heeft ook patronen en zo heb ik Alexanders methode gebruikt. Henri begon mijn dronescape echt te waarderen. Hij kon er wel iets mee. Hij stuurde twee takes die ik zorgvuldig heb opgekuist totdat alles transparant werd. Je moet ze met goeie speakers luisteren om te horen dat de sound echt buiten de luidsprekers komt. Geluiden van buitenaf voegen zich er ook bij. Het is geen vlakke drone maar een narratieve drone-symfonie met een continuüm dat constant verandert.”

Hoe zit het met de vorm?

Op je website lees ik dat de vorm streng en helder is maar ook open en flexibel, zowel in de westerse en de Indiase klassieke traditie. Hoe zit dat?

“Het heeft een soort A-B-A karakter en zoals bij de Indiase raga’s ontvouwt zich een klankruimte met een climax. En er is ruimte voor improvisatie, een jazz-achtige vrijheid die tegelijk rigide is. De overgangen naar de delen zijn niet afgebakend, maar flexibel, wat ook te maken heeft met een vijfdelige onderliggende vorm in de elektronische laag. Het slot is in ieder geval wel duidelijk te horen met twee “zwellingen” in de elektronica. Het stuk is ook als een soort triosonate omdat ik die contrabasfluit echt links wilde hebben en de gewone C-fluit rechts. Maar ik heb het zó gemaakt dat de klank ook ruimtelijk kan dansen. Er gebeurt iets met de specifieke fases, waardoor je klanken hoort die je niet verwacht. Voor de zekerheid luister ik het ook altijd af op verschillende apparaten om te weten of het dan ook zo klinkt. Er kan van alles technisch misgaan vooral als je die ruimtelijkheid in de klank zoekt dan moet je echt alle technische aspecten voorhanden hebben anders weet je niet hoe je het kunt oplossen als het fout gaat.”

Componeren

Hoe lang heb je erover gedaan?

“Ik heb zes weken over de montage en mastering gedaan. Je moet het ook eerst even laten rijpen. Het eigenlijke genot zit hem in het maken van de dronescape, maar het moet wel afkomen anders komt er nooit een einde aan.” 

Wat vind je eigenlijk leuker om te doen: werken met elektronica of noten schrijven?

“Beide. Het zijn andere kanten van mij als persoon. Als ik werk met elektronica dan zit ik rechtsreeks aan en in de klank. Als ik noten schrijf dan geef ik een gecodeerde boodschap die de musici gaan ontcijferen en er iets eigen van gaan maken, een boodschap in een fles als het ware, met een deels onvoorspelbaar resultaat. Wat op mij weer als een verrassing overkomt.”

    • Oscar van Dillen