Interview
Een prachtige nieuwe klankwereld: 'Het gaat om de pitch en de punch'
In het kantoor van LeineRoebana op het WG-plein in Amsterdam spreekt muziekjournalist Charlie Crooijmans met Jorge Isaac (Black Pencil), Iwan Gunawan (Kyai Fatahillah) en Andrea Leine (LeineRoebana) over de voorstelling 'Farewell Future Welcome World'. De sfeer is licht hectisch: met de première op 23 januari in Chassé Theater in Breda in zicht zijn er nog open eindjes die moeten worden weggewerkt. Tegelijkertijd is het een uitgelezen moment om het creatieve proces van dichtbij te volgen en te zien hoe de verschillende elementen samenkomen.
De voorstelling bouwt voort op een langdurige samenwerking tussen componist Iwan Gunawan en LeineRoebana, het dansgezelschap van choreografen Andrea Leine en Harijono Roebana. Volgens Leine is de samenwerking met Indonesische muzikanten en dansers in de loop der jaren uitgegroeid tot een hechte band die als familie aanvoelt. De oorsprong ligt in een studiereis van Harijono Roebana in 2009. Dat leidde in 2011 tot Ghost Track en in 2016 tot LIGHT. De nieuwe voorstelling Farewell Future Welcome World kan met terugwerkende kracht worden beschouwd als het derde deel van een trilogie, al benadrukt Leine dat dit niet betekent dat de samenwerking daarmee wordt afgesloten: “Het is vooral een knipoog.”
Vanaf het begin draait de samenwerking om het onderzoeken van verschillen en hoe die zich tot elkaar kunnen verhouden. Voor Leine schuilt daarin de kracht: wat anders is, hoeft niet te worden gladgestreken, maar kan juist aanleiding zijn voor het ontstaan van iets nieuws. Hoe die gedachte muzikaal wordt uitgewerkt in de nieuwe voorstelling, is een vraag voor Jorge Isaac (artistiek directeur van Black Pencil) en gamelanmusicus en componist Iwan Gunawan.
Iwan Gunawan, hedendaagse componist uit Sunda
Iwan Gunawan, afkomstig uit Sunda op Java, is van oorsprong gamelanspeler. Al op zesjarige leeftijd werd hij door zijn vader gestimuleerd om gamelan te spelen. Later maakte hij aan het conservatorium kennis met het westerse contemporaine repertoire via professor Dieter Mack uit Duitsland. Sinds zijn deelname aan het World Chamber evenement in Berlijn in 2006 werkte Gunawan aan uiteenlopende projecten in Europa.
Zo voerde hij onder meer Gending van Ton de Leeuw uit, een werk dat niet eerder op gamelan was gespeeld. In de traditionele gamelanpraktijk is het lezen van notenschrift niet gebruikelijk: veel musici spelen uit het hoofd of maken gebruik van cijfernotatie. Gunawan studeerde echter ook piano en verlangt van zijn gamelanspelers dat zij noten kunnen lezen. “Anders is het niet te doen,” zegt hij.
Gunawan is diep geworteld in de Sundanese muziektraditie en zijn composities zijn in essentie Sundanees van karakter. Authenticiteit is daarbij een kernbegrip. Het maakt voor hem dan ook niet uit welk instrumentarium hij gebruikt. Regelmatig krijgt hij de vraag waarom hij met een Javaanse gamelan werkt en niet met een Sundanese. Maar ook in Sunda wordt de Javaanse gamelan bespeeld, zij het met een andere muzikale taal. Gunawan vergelijkt het met een piano: een instrument dat op talloze manieren kan worden benaderd.
De samenwerking met Andrea Leine en Harijono Roebana is voor Gunawan een zoektocht geweest naar manieren om culturen met elkaar te verbinden. Bij GhostTrack was er sprake van confrontatie: de verschillen tussen de culturen stonden nog nadrukkelijk tegenover elkaar. Met LIGHT werd geprobeerd samen iets volledig nieuws te creëren. In Farewell Future Welcome World voelt de samenwerking inmiddels veel organischer.
In de Indonesische gamelantraditie zijn muziek en dans altijd nauw met elkaar verweven. Voor Gunawan betekent componeren voor dans dan ook dat hij niet vanuit de muziek denkt, maar vanuit de beweging van de dansers. “How to make physical impact to the dance,” zegt hij. Daarbij is het essentieel om open te staan voor suggesties vanuit de dans. Andrea Leine en Harijono Roebana noemt hij muzikaal zeer sensitief: zij weten precies wat ze willen.
In dit project is daar nog een extra uitdaging bijgekomen: de samenwerking met Black Pencil. Leine, die vol lof spreekt over de kwaliteiten van de individuele musici, moet even nadenken hoe het ensemble bij het project betrokken raakte, zo vanzelfsprekend voelt het. Black Pencil, met zijn ongebruikelijke bezetting, werkte in 2022 al samen met Gunawan en nam zelf het initiatief om deze samenwerking voort te zetten samen met LeineRoebana.
Jorge Isaac snakt naar avontuur
Jorge Isaac is artistiek leider van het ensemble Black Pencil. Zo’n dertig jaar geleden verruilde hij Venezuela voor Nederland om aan het Conservatorium van Amsterdam blokfluit te studeren. Het verblijf zou tijdelijk zijn, maar de rijkdom van het Nederlandse muziekleven hield hem hier. Via de oude muziek raakte hij al snel gefascineerd door hedendaagse composities, waaronder Sequenza IIIa ('Gesti') voor blokfluit van Luciano Berio. Hij wilde begrijpen waar de zeggingskracht van deze muziek vandaan kwam. Dat werd het begin van zijn blijvende betrokkenheid bij eigentijdse muziek.
Black Pencil ontstond uit een open call in het kader van Istanbul als Culturele Hoofdstad van Europa in 2010. De centrale vraag was hoe de Turkse en Nederlandse cultuur op een eigenzinnige manier met elkaar verbonden konden worden. In die context kreeg ook de instrumentale bezetting vorm, die tot op de dag van vandaag kenmerkend is voor het ensemble: panfluit (Matthijs Koene), altviool (Esra Pehlivanli), accordeon (Marko Kassl) en slagwerk (Enric Monfort). Het eerste project was gebaseerd op miniaturen van Mehmed Siyah Kalem, bijgenaamd ‘Black Pencil’ verwijzend naar zijn tekenstijl, en aan wie het ensemble zijn naam ontleent. Voor Isaac betekende dit project een zoektocht naar het klank-DNA van een ongebruikelijk ensemble.
Inmiddels zijn er meer dan vijfhonderd nieuwe composities geschreven voor Black Pencil door componisten uit binnen- en buitenland. Zij hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de herkenbare identiteit en het unieke klankpalet van het ensemble.
"Voor Black Pencil ben ik altijd op zoek naar een verrassingselement"
—Jorge Isaac
Samenwerking Black Pencil en Iwan Gunawan
Piet Hein van de Poel, hoofd van de Trace 21 Foundation en groot liefhebber van de Indonesische cultuur, bracht Iwan Gunawan en Black Pencil samen. Dat resulteerde in de voorstelling Topeng Masquerade, die in 2022 werd uitgevoerd tijdens November Music. Op het programma stonden onder meer werken van Iwan Gunawan en Roderik de Man.
Volgens Isaac lag een belangrijk raakvlak in het concept van Topeng Masquerade het masker. “Hoewel het gebruik, de achtergrond en de functie ervan sterk verschillen, vormde het masker een echt ontmoetingspunt tussen de culturen,” zegt hij. Maar belangrijker dan het conceptuele en visuele aspect was de vraag hoe de samenwerking voor Topeng Masquerade muzikaal zou uitpakken. In het begin had Isaac daar zijn twijfels over. Hij dacht vooral aan het aanleren en organisch integreren van toonstelsels. Voor wie niet vertrouwd is met gamelan: het betreft een percussief instrumentarium met gongs, ketels en metalen toetsen, aangevuld met rebab (vedel), trommels, fluiten en zang, en gebaseerd op een ander toonsysteem met vijf- of zeventonige toonladders. “Voor ons was dit een prachtige nieuwe klankwereld,” aldus Isaac. “Het gaat om de pitch en de punch.” Hij was er al snel van overtuigd dat het zou klikken en wijst Gunawan aan als de sleutel tot het laten versmelten van de verschillende toonsystemen.
Digitaliseren van het toonsysteem
Gunawan verdiept zich al jaren in de vraag hoe verschillende toonsystemen met elkaar kunnen worden verbonden. Daarbij put hij ook uit zijn kennis van atonalisme en serialisme. Aanvankelijk lag de gemene deler in het percussieve karakter van de muziek, maar daarmee blijft tonale samenhang buiten bereik. Om werkelijk tot een oplossing te komen, moest hij de stemming van de gamelan fundamenteel begrijpen.
Binnen de gamelantraditie wordt dat systeem aangeduid met embat: de unieke, subtiele afstemmingsverschillen tussen individuele metalen instrumenten. Die microvariaties zorgen voor een karakteristieke, ‘zwevende’ klankkleur en vragen van de spelers een scherp gehoor om gezamenlijk de juiste harmonie te vinden. De toon van een gong is bijvoorbeeld niet stabiel; Gunawan zingt hem voor en laat een lichte daling horen.
Vanuit de Javaanse gamelan zijn in principe tien tonen te herleiden die bruikbaar zijn binnen de westerse muziek; alleen G en B ontbreken. De sleutel tot uitbreiding vond Gunawan in het werken met een digitale audio workstation van het bedrijf Ableton. Daarmee kan de westerse tonaliteit zich aanpassen aan de stemming van de gamelan, inclusief de embat. Hij vertrekt vanuit zowel de Javaanse als de Sundanese gamelan en komt zo tot een complete set van twaalf tonen, al wijkt die af van de westerse gelijkzwevende stemming. Juist dat spanningsveld maakt het voor hem interessant om met verschillen te blijven werken.
Volgens Gunawan zijn de musici van Black Pencil bij uitstek geschikt voor deze benadering. “Ze kunnen microtonaal spelen,” zegt hij. Tijdens hun eerste ontmoeting, in de keuken – een situatie die later zou uitmonden in de compositie Meeting in the Kitchen – kreeg hij uitgelegd hoe panfluit en blokfluit technisch functioneren. Met die kennis ging hij aan de slag voor Topeng Masquerade.
Jorge Isaac vult aan dat het niet alleen om techniek gaat, maar ook om esthetiek. “Ik vind een strijkkwartet prachtig, maar het verveelt me ook snel,” zegt hij. “Voor Black Pencil ben ik altijd op zoek naar een verrassingselement. Het gaat erom de muziek te verrijken en nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Daarom klikt het zo goed met Iwan.”
Een cruciale schakel tussen Gunawan en het ensemble is slagwerker Enric Monfort. Het materiaal dat Gunawan aanlevert, wordt door Monfort vertaald naar de rest van Black Pencil. De van oorsprong Spaanse percussionist is vertrouwd met uiteenlopende muzikale culturen. “Enric rearrangeert het voor ons en zorgt voor de muzikale uitwerking van wat Iwan aandraagt,” aldus Isaac.
Bij Topeng Masquerade in 2022 was er door praktische omstandigheden weinig gezamenlijke repetitietijd; Kyai Fatahillah en Black Pencil werkten grotendeels afzonderlijk. Voor Farewell Future Welcome World is dat anders. Met meer tijd kunnen beide ensembles samen met de dans vanaf nul werken aan een intensief, maar vruchtbaar proces.
"Dans geeft ons carte blanche om zo vrij te zijn als de muziek vereist."
—Jorge Isaac
Natuurlijke omgang met plotselinge veranderingen
In de repetitieruimte staan de muzikanten opgesteld aan de brede zijde van de zaal, zodat de dansers volop ruimte hebben. Wanneer alles samenkomt – instrumenten, zang, beweging – is het effect overweldigend. Even later worden de dansers en muzikanten opgesplitst. Jorge en panfluitist Matthijs Koene trekken zich terug in een andere ruimte, terwijl Enric Monfort, Esra Pehlivanli en Iwan Gunawan een overgang oefenen, waarbij de gamelan op onconventionele wijze wordt bespeeld. Terwijl de dansers een passage herhalen, legt Andrea Leine uit dat zij een lichamelijk geheugen moeten opbouwen. Uit de altviool klinken felle uithalen, terwijl elders wordt geroffeld en getrommeld, totdat Leine ingrijpt en een pauze inlast voor een volgende doorloop.
Voor Isaac zijn zulke doorlopen relatief nieuw. “In de muziek werk je vaak sneller dan in andere disciplines en doe je pas een doorloop als alle overgangen helder zijn,” zegt hij. “Hier leren we weer op een andere manier werken.”
Voor Farewell Future Welcome World schreef Gunawan meerdere nieuwe composities. Ook wordt muziekmateriaal uit Ghost Track en LIGHT van LeineRoebana verder doorontwikkeld. “We creëren opnieuw, we veranderen en passen aan zodat het past bij de unieke ontmoeting tussen Black Pencil, de Indonesische klankwereld, de teksten en de dans” zegt hij. Het ensemble voegde bovendien oude muziek toe aan het programma, waaronder werken van de Renaissance componisten Costanzo Festa en Diego Ortiz. “We experimenteren met de cantus firmus van Festa, waarbij we gongs toevoegen.” De resonantie van de gongs geeft bijna een psychedelisch effect en ontleent het werk een nieuwe betekenis. "Tegelijkertijd is het essentieel dat wij eerst het materiaal beheersen voordat onze Indonesische collega’s er een extra laag aan toevoegen.”
De kracht van de Indonesische musici schuilt volgens Isaac in hun flexibiliteit en hun natuurlijke omgang met plotselinge veranderingen. “Zoals het op Java ineens kan stortregenen. In Nederland is het weer meestal constant.”
Was het voor Black Pencil nieuw om met dansers te werken? “We hebben eerder dansprojecten gedaan, onder andere met Samir Calixto en met Mohamed Yusuf Boss ,” zegt Isaac. Hun voorkeur gaat uit naar dans boven werken met muziek voor theater. “Dans geeft ons carte blanche om zo vrij te zijn als de muziek vereist.” In combinatie met het muzikale gehoor van Andrea Leine en Harijono Roebana ontstaat er een samenwerking waarin choreografen luisteren als componisten. De musici zelf komen daarbij ook in beweging, iets wat je zelden ziet in een traditioneel concert.
Betekenis van Farewell Future Welcome World
De titel van het project klinkt cryptisch en laat ruimte voor uiteenlopende interpretaties. Voor Andrea Leine verwijst hij onder meer naar een gevoel van gretigheid en nieuwsgierigheid om gezamenlijk nieuwe dingen te ontwikkelen. “Het gaat om een soort levensenergie,” zegt ze. “Die titel draagt een dubbelheid in zich: de bedreigingen die op ons afkomen, die fors zijn, maar ook het optimisme en de wil en noodzaak om verbinding te zoeken.”
Iwan Gunawan verbindt de titel aan het Indonesische begrip silaturahmi, dat staat voor verbondenheid en het onderhouden van relaties. “We hebben verschillende culturen, verschillende talen,” zegt hij. “Het belangrijkste is hoe we ons kunnen aanpassen, hoe we het goede blijven doen en goed blijven zijn voor de mensheid. Geen woede, geen oorlog. Als er een probleem is, kunnen we een oplossing vinden.”
Ook voor Jorge Isaac stond het concept centraal vanaf het begin van het project. “We hebben veel over de betekenis gesproken voordat we begonnen,” zegt hij. “Soms is een idee sterker dan jezelf. Voor ons draaide het om interculturaliteit en wederzijds respect, en dat is de leidraad geweest voor alles.”
Die houding weerspiegelt zich in de samenstelling van het project: de hele cast van Farewell Future Welcome World is afkomstig uit verschillende landen – van Venezuela tot Indonesië. “Die mix van culturen is geen toevoeging, maar de kern,” aldus Isaac. “Het gaat erom hoe je verschillende talen combineert, elkaar de ruimte geeft en een gemeenschappelijke basis vindt. Dat proces ís de sleutel.”
Volgens Isaac zijn dit soort projecten juist nu van groot maatschappelijk belang. “Het gaat om daadwerkelijk investeren in de ontmoeting tussen culturen,” zegt hij. “Niet alleen als kunstenaar, maar in welk beroep dan ook. Ik ben er diep van overtuigd dat als we dit allemaal op onze eigen manier doen, vanuit onze eigen kern, we kunnen bijdragen aan een betere wereld.”