Playlist
Koenraad de Groot: Op zoek naar het onhoorbare
Tijdens Rewire Festival onderzoeken verschillende componisten en geluidskunstenaars de klanken en tonen die vaak onopgemerkt blijven in onze alledaagse leefomgeving. In de gratis tentoonstelling 'Proximity Music: The Ongoing Hum' laten ze bezoekers schijnbaar onhoorbare geluiden, trillingen en stralingen waarnemen.
Proximity Music: The Ongoing Hum bevat interdisciplinaire werken van onder anderen Koenraad de Groot, Mariska de Groot, Floris Vanhoof, Lena Kuzmich en Aernoudt Jacobs.
Speciaal voor New Music NOW stelde Koenraad de Groot van het Haagse Instrument Inventors Initiative (iii) een playlist samen met composities die resoneren met The Ongoing Hum.
De gratis tentoonstelling Proximity Music: The Ongoing Hum is van 9 t/m 12 april te bezoeken, verspreid over verschillende locaties in Den Haag.
Mariska de Groot - Brom (2020)
De inspiratie voor deze immersieve installatie begon met een oude, draaiende bromtol die Mariska de Groot ooit op een rommelmarkt vond. Gefascineerd door dit kleurrijke kinderspeelgoed dat een drieklankmelodie voortbrengt, verdiepte ze zich in het mechanisme, de geschiedenis van tollen en het instrument met vrij riet. Dit onderzoek mondde uit in een koor van gemotoriseerde, draaiende harmoniums die aan het plafond hangen. Elk instrument is anders gestemd, waardoor verschuivende interferenties en ritmische zwevingen ontstaan wanneer bezoekers zich door de ruimte bewegen.
Sinds kort organiseert Mariska de Groot klankbaden in de projectruimte van Instrument Inventors Initiative, waarin ze de compositie achter Brom dieper verkent. De compositie en haar ruimtelijkheid creëren een luisterervaring die doet denken aan het kijken naar heldere wolken die zich langzaam vormen en transformeren tegen een open hemel: zacht maar gedefinieerd, opgebouwd uit momenten die zowel precies als speels aanvoelen. Zo zou ik Mariska ook beschrijven; zowel als kunstenaar als persoon.
Ton Bruynèl - Le jardin (1993)
Ton Bruynèls Le jardin spreekt mij erg aan omdat de muziek niet alleen academisch is, maar ook ruimte maakt voor emotie en schoonheid. Waar sommige componisten uit Bruynèls veld lijken te leunen op wetenschappelijke of theoretische kaders als rechtvaardiging voor hun werk, schuwt Bruynèl intuïtie en gevoel niet.
Le jardin werd opgevat als zijn afscheid van de plek Pedraza de la Sierra in Spanje en is diep geworteld in persoonlijke ervaring. Het stuk put inspiratie uit het geluid van krekels, een verlangen naar weelderige groene landschappen en een gedicht van Bert Schierbeek dat een levensfase in Spanje beschrijft. Bruynèl omschreef het werk zelf als een "impressionistisch schilderij met een nieuw palet" - een ode aan Claude Monet.
Deze persoonlijke en bijna schilderachtige benadering past goed binnen Bruynèls bredere werk. Hoewel hij bekend stond om zijn werk in elektronische muziek en het combineren van synthetische en akoestische klanken, was hij ook sterk geïnteresseerd in het verbinden van muziek met andere kunstvormen, zoals beeldende kunst en poëzie. In Le jardin komen deze elementen samen op een manier die beschouwend aanvoelt, gestuurd door sfeer, herinnering en zintuiglijke indruk.
Matteo Marangoni - Echo Moiré (2011)
Echo Moiré van Matteo Marangoni is een robotische opera-ballet waarin een paar luidsprekervoertuigen wordt gebruikt om een ruimte te transformeren tot een muziekinstrument. De beweging van de robotische luidsprekers - die met elkaar en met de ruimte communiceren - voelt bijna levend aan, alsof het systeem zich gedraagt als een organisme.
Het stuk is geïnspireerd door Alvin Luciers Vespers en onderzoekt menselijke echolocatie, ruimtelijk horen en de fysica van geluid. Met behulp van mobiele, directionele luidsprekers die pulsen uitzenden, worden de trajecten van geluidsgolven van bron tot luisteraar waarneembaar.
Wat Echo Moiré bijzonder maakt, is de manier waarop het de luisteraar op een fysiek en instinctief niveau aanspreekt, terwijl het tegelijkertijd wetenschappelijke principes op een elegante en bijna poëtische manier inzet. Voor mij is Echo Moiré een sterk voorbeeld van hoe kunst, wetenschap en poëzie elkaar kunnen versterken.
Maryia Komarova - 555 bugs (2020)
Voor deze performance gebruikt Komarova gevonden objecten en zelfgebouwde elektro-akoestische instrumenten om een landschap te creëren waarin elementaire materialen nieuwe betekenissen krijgen in spontane verbindingen met elkaar. Het subtiele en repetitieve klanklandschap brengt de luisteraar in een wereld van mentholzoemers, eenogige sirenes, citroenkikkervisjes, gembertijgers, plastic insecten en andere wezens.
Ik had het voorrecht om één van haar 555 Bugs-performances mee te maken in de werkplaats van iii. Wanneer ik haar zie optreden, voel ik vaak zowel verwondering als spanning. Het lijkt alsof alles elk moment kan instorten - wat zelden gebeurt - en als het gebeurt, voelt het als een poëtische uitbarsting binnen de voortdurende dialoog tussen mens en object die voor mij haar performances definieert.
Claude Vivier - Lonely Child (1980)
In plaats van harmonie te behandelen als een combinatie van abstracte akkoorden, ontvouwt Lonely Child zich als wat je een levende resonantie zou kunnen noemen. Het orkest lijkt rond de sopraanlijn te ademen en de tijd op te schorten in langzaam verschuivende klankvelden. Vivier bereikt dit door texturen op te bouwen die lijken op de boventoonstructuren van klokken die door het hele stuk heen blijven klinken. Sopraan, orkest en klokken wisselen voortdurend van rol en beïnvloeden elkaar gedurende het hele stuk.
Claude Vivier studeerde in het begin van de jaren zeventig sonologie in Utrecht bij Karlheinz Stockhausen, een mentor die zijn vroege werk sterk beïnvloedde. Lonely Child, geschreven in 1980, lijkt een breuk te markeren met die invloed en misschien wel Viviers eigen stem bloot te leggen.
Tragisch genoeg zijn er niet veel werken in deze ‘eigen’ stem geschreven: Vivier overleed op 34-jarige leeftijd, één jaar ouder dan de traditioneel aangenomen leeftijd waarop Jezus stierf. Misschien had dat betekenis voor een mystiek katholiek als Claude Vivier…
Janne Piksen & Boris Bezemer (VONK) - For the Victims of Great Pier (2013)
In 2012 wist ik nog niet wat ik met mijn leven, muziek en kunst wilde doen. Wat ik wél wist, was dat alles mogelijk was, en dat had ik vooral te danken aan twee mensen: Boris Bezemer en Janne Piksen, die een jaar boven mij studeerden bij Music and Technology en samen het duo VONK vormden: een radicale mix van Dada, minimalisme, Haagse stijl en een reeks andere ismes en absurditeiten.
Tegenwoordig maakt Janne theaterproducties en werkt ze als componist, waarbij ze vooral inspiratie haalt uit noise en de filosofische en poëtische ideeën daaromheen. Boris componeert werken en opera’s voor instrumenten en soms voor robots. Wat zij delen, is helderheid. Je zou het kunnen omschrijven als een typisch Nederlandse compositorische eigenschap die ook te vinden is bij figuren als Louis Andriessen.
Ik raad sterk aan om het werk van zowel Janne als Boris te verkennen; het zijn allebei opmerkelijke componisten op hun eigen manier. Uit nostalgie, en omdat ik het nog steeds een briljant stuk vind, laat ik je achter met een werk dat ze samen uitvoerden in 2013: For the Victims of Great Pier.