Louis Andriessen
'Groots is de liefde': een onmisbaar portret van Louis Andriessen
Het is vijf jaar geleden dat componist Louis Andriessen overleed, maar het is nooit te laat om 'Groots is de liefde' van journalist Jacquelline Oskamp uit te lichten. Het boek (verschenen op 8 mei 2025) is een encyclopedisch portret van een van Nederlands meest invloedrijke componisten. New Music NOW-redacteur Charlie Crooijmans licht het boek uit waarin Oskamp de lezer meeneemt langs zijn hele leven. Van zijn geboorte als nakomertje in een geprivilegieerd artistiek gezin tot zijn laatste dagen, gekenmerkt door fysieke aftakeling en dementie.
De biografie is rijk aan details: jaartallen, namen, citaten uit brieven en af en toe een verfrissende anekdote. Oskamp heeft toegang gekregen tot het familiearchief, wat resulteert in intieme inzichten in Andriessens persoonlijke en professionele leven. Ze springt af en toe heen en weer in de tijd, en de vele namen en citaten kunnen de lezer soms doen duizelen.
Twee rode draden lopen door het boek: muziek en liefde. Andriessen groeide op in een milieu waar kunst en muziek centraal stonden. Zijn vader, Hendrik Andriessen, was een gerenommeerd componist en directeur van het Koninklijk Conservatorium. Zijn broer Jurriaan was ook een erkend componist en jazzmusicus.
Louis koos voor zijn eigen pad, geïnspireerd door uiteenlopende bronnen, waaronder Igor Stravinsky. Zijn relatie met gitarist, kunstenaar en therapeut Jeanette Yanikian (1935–2008) was gekenmerkt door een gedeelde passie voor muziek en politiek. Jeanette had veel invloed op zijn werk. Dat Louis steeds weer een andere vriendin had - ze hadden een open relatie - verklaarde hij zelf door te stellen dat hij "verliefd was op het verliefd zijn".
Interessanter om te lezen is over zijn relaties met andere componisten, musici en kenners, zoals Misha Mengelberg, Willem Breuker, Peter Schat, Jan van Vlijmen, Elmer Schönberger en Reinbert de Leeuw. Ook het streven naar hervorming van het Nederlandse muziekleven, zoals de Notenkrakersactie in 1969 en hoe Geneco (nu Nieuw Geneco) hiermee omging, komt aan bod. Namen van instanties die tot op de dag van vandaag relevant zijn, zoals Gaudeamus, STEIM en het Holland Festival (als opdrachtgever), passeren ook de revue.
Oskamp beschrijft hoe Louis aan zijn opdrachten kwam, hoe zijn componeerproces was en wat de recensies zeiden. Je krijgt een kijkje in de keuken van werken als De Volharding, Hoketus, De Staat, De Materie, Rosa (een samenwerking met Peter Greenaway), Writing to Vermeer en andere stukken. Het geeft niet alleen een interessant tijdsbeeld, maar laat ook zien hoe Louis kon leven van het componistenbestaan. Het huwelijk tussen Jeanette en Louis na een relatie van dertig jaar heeft hier ook mee te maken, vanwege haar angst voor een armoedeval. Zo wilde Jeanette dat zijn muziekarchief gekapitaliseerd zou worden.
Andriessens werk en invloedsfeer breidden zich ook internationaal uit. In de VS was hij door Yale University uitgenodigd als gastdocent, en doceerde hij een semester compositie aan Princeton University. Hij trok jonge (inter)nationale componisten aan, zoals Martijn Padding, Yanis Kyriakides, Richard Ayres, David Dramm, Kate Moore en Calliope Tsoupaki.
Het boek is tijdloos en onmisbaar voor wie geïnteresseerd is in de Nederlandse muziekgeschiedenis. Het laat de veelzijdigheid van Andriessen zien: de rebelse componist, de geliefde leraar, de politiek betrokken kunstenaar en de man die tot het einde toe worstelde met zijn gezondheid en de veranderende wereld om hem heen.